Kies hieronder jouw favoriete leesvorm: audio, Word, PDF of de online tekst onderaan.
Tip: Luister op Spotify ook naar de podcast over Romeo en Julia van Het Nationale Ballet! Naar de podcast
Deze introductie bevat visuele en praktische informatie.
Ga voor een overzicht van de voorstellingen met live audiodescriptie naar www.komthetzien.nl/RomeoEnJulia
In de Italiaanse stad Verona leven twee machtige families — de Montagues en de Capulets — al jarenlang in bittere rivaliteit. Hun haat verdeelt de stad, maar juist tussen deze twee families ontbrandt een verboden liefde: die tussen Romeo Montague en Julia Capulet.
Wanneer Romeo en zijn vrienden stiekem het gemaskerde bal van de Capulets bezoeken, ziet hij Julia voor het eerst. Hun ontmoeting is kort maar vol vuur. Vanaf dat moment weten ze dat ze voor elkaar bestemd zijn, ook al mogen ze dat volgens hun families nooit zijn.
In het geheim trouwen ze, geholpen door een welwillende priester die hoopt dat hun liefde de families zal verzoenen. Maar het lot grijpt hard in: een ruzie tussen Romeo’s vrienden en Julia’s neef Tybalt eindigt in een dodelijk duel. Romeo wordt verbannen; Julia blijft achter in wanhoop.
Wat volgt is een reeks misverstanden en fatale keuzes die leiden tot een van de meest aangrijpende eindes in de theatergeschiedenis. Toch blijft de liefde tussen Romeo en Julia tot het laatste moment puur en onverwoestbaar — een symbool van schoonheid en vrijheid in een wereld vol strijd.
De choreografie van Rudi van Dantzig vertelt dit verhaal van Shakespeare in dansvorm, met de wereldberoemde muziek van Sergej Prokofjev. Grote groepsscènes, intieme duetten en dramatische gevechten wisselen elkaar af in een voorstelling die zowel groots als ontroerend persoonlijk is.
Locatie: buiten, op het marktplein van Verona; later binnen in het paleis van de Capulets. De families Montague en Capulet raken opnieuw met elkaar in gevecht op straat. ’s Avonds is er een groot feest in het huis van de Capulets. Daar ontmoeten Romeo en Julia elkaar voor het eerst en worden op slag verliefd.
Pauze
Locatie: eerst buiten in de tuin van de Capulets, daarna op straat in Verona. Romeo bezoekt Julia in de tuin, bij haar balkon. Met hulp van Priester Lorenzo trouwen ze in het geheim. Later ontstaat er een gevecht op straat: Tybalt doodt Mercutio, en Romeo doodt Tybalt. De hertog van Verona verbant Romeo uit de stad.
Pauze
Locatie: eerst bij Pater Lorenzo, daarna in de grafkelder van de Capulets. Julia neemt een drankje dat haar tijdelijk doet lijken alsof ze dood is. Romeo hoort dat bericht en keert terug naar Verona. In de grafkelder vindt hij haar en drinkt vergif. Wanneer Julia wakker wordt en hem dood ziet, steekt ze zichzelf neer. De families vinden de twee geliefden in elkaars armen en sluiten vrede.
De hoofdrollen worden gedanst door verschillende solisten van Het Nationale Ballet. In elke voorstelling kan een andere danser of danseres dezelfde rol uitvoeren. De kostuums zijn voor elke danser grotendeels gelijk, zodat de personages er in elke bezetting hetzelfde uitzien.
De twee families zijn goed van elkaar te onderscheiden door hun kleuren. De familie Capulet draagt overwegend warme tinten zoals rood, goud en bruin. De familie Montague is te herkennen aan koelere kleuren zoals blauw, grijs en groen. Zo blijft op het toneel duidelijk zichtbaar wie bij welke familie hoort.
Dansbroek
Een dansbroek is een nauwsluitende broek die speciaal is gemaakt voor ballet en moderne dans. De stof is rekbaar en stevig, zodat de danser vrij kan bewegen zonder dat de kleding verschuift of scheurt.
De broek loopt meestal tot aan de enkels en sluit strak om de benen, zodat de lijnen van de beweging goed zichtbaar zijn.
Doublet
Een doublet is een kort, nauwsluitend jasje dat in de 16e en 17e eeuw door mannen werd gedragen. Het sluit strak om het bovenlichaam en is vaak verstevigd bij de schouders en de taille. Het doublet wordt meestal gedragen over een blouse met wijde mouwen.
De lengte reikt tot net boven de heupen, zodat de danser zich vrij kan bewegen.
Romeo draagt een strakke broek tot aan zijn enkels. De stof is glad en licht glanzend, in een gebroken witte kleur. Aan zijn voeten heeft hij lichte balletschoenen in bijna dezelfde tint, waardoor ze één geheel vormen.
Over zijn bovenlichaam draagt hij een doublet: een kort, nauwsluitend jasje van blauwgrijze stof met een subtiele glans. De randen van het jasje zijn fijn afgewerkt met kleine stiksels. Daaronder draagt hij een crèmekleurige blouse met wijde mouwen die bij de polsen smaller worden. Om zijn middel zit een smalle, bruine riem.
Julia draagt een lange, lichte jurk die soepel meebeweegt bij het dansen. De jurk heeft een ronde, vrij hoge halslijn en lange mouwen die iets wijder zijn bij de polsen. Het bovenlijf is gemaakt van glanzende goud-beige stof die nauw aansluit rond haar middel. Vanaf de taille valt de stof losser en lichter naar beneden.
Het rokgedeelte is van dunne, doorschijnende stof in een zachte crèmekleur met een warme, zalmroze gloed. De jurk reikt tot halverwege haar onderbenen. Aan haar voeten draagt Julia lichte balletschoenen met spitzen, in bijna dezelfde kleur als de jurk. Haar haar zit meestal strak naar achteren gekamd en vast, zodat haar gezicht goed zichtbaar is. In sommige scènes draagt ze haar haar los.
Tybalt, de neef van Julia, draagt een donker kostuum met rode accenten. Zijn korte jasje is rijk versierd, met rode en goudkleurige patronen op de voorkant. De mouwen zijn donkerrood en hebben brede schouders met stoffen banden die iets uitsteken. Onder het jasje draagt hij een donkere, nauwsluitende dansbroek. Aan zijn voeten draagt hij rode laarzen tot halverwege zijn kuiten.
Mercutio draagt een groene dansbroek tot aan de enkels, met bijpassende balletschoenen. Boven de broek draagt hij een bruin jasje tot aan de heupen, van zachte, glanzende stof met roodbruine en olijfgroene tinten. De mouwen zijn licht gewatteerd en hebben wat volume bij de schouders. Onder het jasje is een diepe V-hals zichtbaar en daardoor ook zijn borsthaar. Op zijn hoofd draagt hij een ronde rode muts van zachte stof.
Benvolio draagt een donkerblauwe dansbroek met bijpassende balletschoenen. Zijn jasje is lichtbruin, van zachte stof, met blauwgrijze banen op de mouwen. Op zijn hoofd een donkerblauwe muts van dezelfde stof als zijn schoenen.
De voedster van Julia draagt een lange jurk tot over haar enkels. De bovenkant is donkerbruin, de rok bruin en van dikke, fluweelachtige stof. Daarover draagt ze een goudbruine schortrok die aan de voorkant openvalt en vastzit met een brede band om haar middel. De mouwen zijn lichtbeige en iets opgezet bij de schouders.
Om haar hoofd draagt ze een lichte doek die haar haar bedekt.
Aan haar voeten draagt ze rode schoenen.
Priester Lorenzo draagt een lang gewaad tot op de grond. De onderlaag is lichtbeige met wijde mouwen. Daaroverheen draagt hij een donkere mantel, bijna zwart van kleur.
Rond zijn middel draagt hij een dun koord. Zijn haar is grijs, met bovenop een ronde tonsuur — een kaal geschoren plek zoals bij monniken vroeger gebruikelijk was.
De hertog, de hoogste gezagsdrager in het verhaal, draagt een lang gewaad tot op de grond. De mantel is donker, met een gouden rand langs de onderkant. Onder de mantel draagt hij een lichte tuniek met wijde mouwen in creme kleur. Op zijn hoofd een donkerrode fluwelen muts.
Overige rollen en ensembles
Het personeel en de hovelingen horen bij de familie Capulet. Zij zijn vooral te zien in en rond het huis van Julia, bij de Capulets. De voorstelling speelt zich niet af bij het huis van Romeo of zijn familie.
Ze zijn te herkennen aan hun rode kleding: de mannen dragen donkerrode tunieken met zwarte of goudkleurige randen en rode kousen, de vrouwen rode jurken met lichte mouwen. Ze dansen vaak in groepjes, vooral tijdens het gemaskerde bal.
De heer en mevrouw Capulet zijn rijk gekleed in donkerrood, zwart en goud, met zware stoffen en lange mantels. De ouders van Romeo, de Montagues, dragen koelere kleuren als blauw en grijsgroen. Ze verschijnen vooral tijdens de marktscènes en bij de begrafenis van de geliefden.
Tijdens het bal dragen de gasten allemaal maskers rond de ogen en kleding in diepe kleuren als rood, goud en bruin. Het licht is warm en sfeervol. De dansers bewegen in paren, terwijl de jongeren — onder wie Romeo en zijn vrienden — speels door de zaal zwerven.
De marktscènes tonen burgers, marskramers, poppenspelers en kinderen in lichte, eenvoudige kleding. Vrouwen dragen lange rokken en schorten, mannen losse vesten of tunieken. De kleuren zijn beige, zand en grijs. Kinderen rennen tussen de volwassenen door en zorgen voor levendigheid op het plein.
Een groep vrolijke dansers draagt oranje jurken met pofmouwen en geelgroene kostuums. Ze vullen het toneel met energie tijdens de marktdans.
In een latere scène verschijnt een groot skeletfiguur in een wit gewaad met zwarte gaten en een schedelmasker. De figuur houdt een zeis vast en beweegt zwevend tussen de dansers.
Het decor blijft grotendeels hetzelfde, maar verandert van sfeer en locatie door licht en losse elementen. De basis is een beige-rood stenen toneelbeeld dat doet denken aan een Italiaans stadsplein. Aan beide kanten staan vijf muren met doorgangen waardoor de dansers opkomen en afgaan.
Op de zwarte vloer zijn witte lijnen getrokken, zodat er vierkanten ontstaan. Achter op het toneel is een trap met vijf treden die leidt naar een bordes met grote deuren en een driehoekig dak, zoals bij een oud gebouw in Verona.
Met lichteffecten en losse onderdelen verandert het decor telkens van functie:
- Met banieren uit het plafond en warm licht wordt het een feestzaal.
- Met een hek, een stellage met 50 brandende kaarsjes en kruis wordt het een kerk.
- Met een gordijn en bed is het Julia’s kamer.
- Met bloemen, planten en beelden wordt de tuin bij Julia’s huis ingericht; bij het balkon staan rode rozen, terwijl tijdens het feest in de hal witte lelies en klassieke beelden worden geplaatst.
De muren, trappen en doorgangen blijven steeds zichtbaar, zodat alles zich in dezelfde stad lijkt af te spelen.
De muziek is gecomponeerd door Sergej Prokofjev en wordt live uitgevoerd door Het Balletorkest, het vaste orkest van Het Nationale Ballet.
Het orkest telt ongeveer zestig musici: strijkers, blazers, slagwerkers, een harpist en een pianist.
Ze spelen in de orkestbak, direct vóór het toneel, iets verdiept.
De dirigent staat midden voor het orkest met zijn rug naar het publiek, zodat hij het tempo kan aangeven aan de dansers. De orkestbak ligt verdiept voor het toneel, waardoor het orkest vanuit de zaal niet zichtbaar is. Alleen het hoofd van de dirigent steekt net boven de rand uit.
De strijkers zitten vooraan, de blazers en slagwerkers achteraan, en de harp en piano aan de zijkant. Boven de orkestbak is een veiligheidsnet gespannen, zodat er niemand van het toneel in de bak kan vallen.
De danser staat op één been. Het andere been is recht naar achteren gestrekt, op heuphoogte of iets lager. De romp helt iets naar voren. Eén arm is naar voren uitgestrekt, de andere naar achteren. Het lichaam vormt één lange lijn van vingertoppen tot tenen.
De danser draait om zijn of haar as op één been. Het andere been is gebogen met de teen tegen de knie van het standbeen. De armen zijn rond voor het lichaam. De draai begint met een afzet van de voet op de vloer en eindigt weer op dezelfde plek.
Twee dansers voeren samen een duet uit. De ene ondersteunt, tilt of draait de ander. Bewegingen worden nauwkeurig op elkaar afgestemd. De dans bevat tillingen, draaibewegingen en houdingen waarbij de balans wordt gedeeld.
De danser springt vanuit een aanloop krachtig de lucht in. Eén been gaat naar voren, het andere naar achteren. Beide benen zijn gestrekt tijdens de sprong. De danser landt op één been en vangt de beweging gecontroleerd op.
De danser springt op en beweegt de benen snel tegen elkaar. De benen kruisen of raken elkaar één of meerdere keren in de lucht. Daarna landt de danser weer op beide voeten of op één voet. De beweging wordt strak en ritmisch uitgevoerd.
De knieën buigen terwijl de romp recht blijft. De hielen blijven op de grond bij een kleine plié. Bij een diepe plié komen de hielen soms los van de vloer. De beweging wordt gebruikt om kracht op te bouwen of een sprong voor te bereiden.
De danser komt langzaam omhoog tot op de tenen. Het lichaam blijft recht en de benen gestrekt. De hielen zijn los van de vloer. De houding wordt kort vastgehouden voordat de danser weer zakt.
De armen bewegen vloeiend door de ruimte. De beweging begint bij de schouders en loopt door naar de ellebogen en vingers. De armen kunnen op verschillende hoogtes worden gehouden: laag, op borsthoogte of boven het hoofd. De armen blijven steeds licht gebogen en volgen een ronde lijn.
Een reeks langzame en gecontroleerde bewegingen. De dansers voeren houdingen en balansbewegingen uit op een langzaam tempo. De passen zijn groot en de overgangen tussen de bewegingen zijn vloeiend. De nadruk ligt op evenwicht en precisie.
Een gedeelte met snelle bewegingen. De dansers maken korte passen, sprongen en draaien in hoog tempo. De voeten verplaatsen zich snel over de vloer. De bewegingen worden strak uitgevoerd op het ritme van de muziek
Voor de voorstelling met live audiodescriptie is er een meet & feel inleiding. Je wordt enkele dagen van tevoren door het theater geïnformeerd over de aanvangstijd van de inleiding en andere praktische zaken. Zodra het tijdstip van de inleiding bekend is, vind je dit onder het kopje Waar en Wanneer op www.komthetzien.nl/RomeoEnJulia
De blindentolk van Komt het Zien! is Dave van der Wal.
Wij wensen je een mooie voorstelling.
Een agenda met overzicht van voorstellingen met live audiodescriptie door blindentolken vind je op: komthetzien.nl/agenda
Voor contact met Komt het Zien! stuur je een mail naar info@komthetzien.nl